Klok zonder naam
| ||
|---|---|---|
| Gieter | Anoniem | |
| Gietjaar | 1381 | |
| Locatie | Erp - R.K.Kerk H. Servatius en toren. | |
| Diameter | 110.0 cm. | |
| Gewicht | 850.0 kg. | |
| Oorlog Registratienr. | 6-M-43/I | |
Klank
| Slagtoon | |
|---|---|
| grondtoon | |
| priem | |
| terts | |
| kwint | |
| oktaaf | |
| deciem | |
| 1ste undeciem | |
| 2de undeciem | |
| duodeciem | |
| dubbel oktaaf |
Klankanalyse:
Omschrijving
De Mariaklok van Erp behoort tot de oudste klokken van het hertogdom Brabant. Zij hangt sinds 1962 aan een ijzeren luidbalk in een houten klokkenstoel. Door middel van een hamer kondigt zij het hele en halve uur aan. De klok is met de sjablone gevormd; op de schouder, de faussure en de slagring zijn steeds twee sierringen aangebracht. Op de slagring bevindt zich de Romeinse letter M, waarmee in 1939 is aangegeven dat de klok een 'monument' was dat tot iedere prijs door vriend en vijand gespaard diende te worden.
Het opschrift in gotische majuskels is breed uiteen geplaatst tussen tweemaal twee scherp getrokken sierringen; het wordt voorafgegaan door een kruis met V-vormig ingesneden armen. Als woordafscheiding zijn twee boven elkaar geplaatste sterren met zes stralen aangebracht. Een zelfde ster is te zien tussen de twee sierringen boven de unciaal gevormde 'm' van het jaartal. Onder het aanvangskruis is hoog op de flank een klein rond zegel of een pelgrimsinsigne te zien - mogelijk Sint Quirinus, de heilige die in Erp aanwijsbaar in de negentiende eeuw, maar misschien al veel eerder, werd aangeroepen ter voorkoming van kinkhoest.
Op de klok staat een rond teken met een doorsnede van 17 mm. Het past - hoewel kleiner van afmeting - bij de insignes die in Nieuwlande en Dordrecht zijn gevonden. De klok is aanzienlijk ouder dan de bedevaartinsignes die daar zijn gevonden. Het zou ook een zegel kunnen zijn met een voorstelling van Sint Servatius, de patroonheilige van de parochie. Het is niet bekend of het kapittel van Sint Servaas uit Maastricht invloed heeft gehad bij de naamgeving van de kerk, zoals het geval was in het nabij gelegen dorp Dinther. Er is een schepenzegel van Erp bekend uit 1412 met daarop het beeld van Sint Servatius. Het randschrift toont de tekst: S[igillum] commune scabinatus in Erp (gemeenschappelijk zegel van de schepenbank te Erp).
Kroon
De zes kroonarmen zijn geprofileerd en voorzien van touwrandjes.
Kop
Schouder
In de schouder zit een gat waarvan niet duidelijk is hoe het erin is gekomen.
Flank
Lip
Opschriften
Opschrift: + IC : HEIT : MARIA : ANNO : DOMINI : M : CCC : LXXXI
'Ik heet Maria, in het jaar des Heren 1381'
(hoogte letterrand: 45 mm; hoogte letters: 26 mm)
Bijzonderheden
Quirinus was volgens de legendarische overlevering een Romeinse martelaar, van wie de relieken in 1050 in het bezit zijn gekomen van de stad Neuss. Vanaf die tijd - en met name in de vijftiende eeuw - wordt deze heilige in Noordwest-Europa sterk vereerd. Jaarlijks trokken pelgrims van heinde en ver naar NeussMisschien bevindt zich onder de 'm' van het jaartal een religieuze versiering die in de schemerige toren niet goed zichtbaar is. Op een Mariaklok zou een decoratie van de Moeder Gods passen die ook in Erp in hoog aanzien stond. Getulius Arts vermeldt dat in Thym's Volks-Almanak van 1884 onder 'Nederlandsche Bouw- en Beeldlegenden' de volgende legende staat: Te Erp stond weleer een Lieve-Vrouwen-beeldtjen in het vlakke veld. Eene vrouw, wier kind lam geboren was, bad dagelijks voor dat Beeldtjen, van God de genezing van haar kind af. Toen het kind hierop herstelde, begonnen al de klokken in het dorp van zelf te luiden; het volk vlugtte in schroom rond, tot de moeder haar kind vertoonde en de oorzaak dier wonderen deed kennen. Om dat beeldtjen bouwde men de kapel.
De parochie en kerk van Erp of Erpe worden voor het eerst genoemd in 1300 in een brief van hertog Jan II. De laatmiddeleeuwse kerk is in 1843 afgebroken om plaats te maken voor het huidige gebouw. De twee klokken uit de oude toren verhuisden toen mee naar de nieuwe, maar hun werkzaamheden bleven dezelfde: luiden bij feestelijkheden en verdriet, en het aangeven van uur en tijd.
Bronnen
- Database RCE Amersfoort
- HJ van Nieuwenhoven, Klokkenvordering 1942-1943, Zeist 1996, p. 502.
- Elly van Loon-van de Moosdijk, Goet ende wael gheraect. Versieringsmotieven op luid- en speelklokken uit Middeleeuwen en Renaissance in het hertogdom Brabant (1300 tot 1559), Nijmegen 2004, p.342-343.
