Bochumer Verein für Bergbau und Gußstahlfabrikation
| ||
|---|---|---|
| Geboren | ca. 1842 | |
| Geboorteplaats | ||
| Overleden | ca. 1970 | |
| Overlijdensplaats | ||
| Werkzaam van: | ||
| Werkzaam tot: | ||
De Bochumer Verein für Bergbau und Gußstahlfabrikation heeft de gietstalen klok ontwikkelt.
Leven
Biografie
De metaalkundige Jacob Mayer stichtte in 1842 met zijn partner Eduard Kühne te Bochum de firma Mayer & Kühne. Deze gieterij stelde zich in de eerste plaats tot doel om gietstaal te fabriceren. Maar hoe? Want gietstaal bestond toen nog niet. Voor de goede orde zij opgemerkt dat gewoon gietijzer meer dan 2% koolstof bevat. Die legering is uitstekend te gieten maar niet te smeden. Gietstaal heeft minder dan 1½% koolstof en is uitstekend te smeden. Het gieten van deze legering was echter een groot probleem. Maar Mayer slaagde er in 1852 in de juiste methode te vinden. En vervolgens goot hij daarin de eerste stalen klokken. Dat was in 1854. Concurrent Krupp te Essen had de nieuwe methode voor het nakijken. Op de Wereldtentoonstelling van 1855 te Parijs zou de doorbraak volgen. Sindsdien werden regelmatig stalen klokken gegoten door wat sinds 1854 heette de Bochumer Verein. Ook in Nederland werden vanaf het begin van de twintigste eeuw stalen klokken aangeschaft, zij het op zeer bescheiden schaal. Stalen klokken missen namelijk de sonoriteit van bronzen klokken. Bovendien klinken ze een kwint hoger, althans indien geen bijzondere maatregelen worden getroffen. Ook na de Tweede Wereldoorlog werden nog enkele jaren stalen klokken naar Nederland geleverd. Maar ze bleven weerstand ontmoeten, hoezeer voor deze klokken het kostbare en soms schaarse tin niet nodig was. De Bochumer Verein zelf ging in 1965 op in de staalfabrieken van Krupp te Essen. Het gieten van stalen klokken werd in 1970 beëindigd.
Werk
Klokken in Nederland
Bestaande klokken
| KlokkenWiki ID | Jaar | Locatie | Naam | Diameter [cm.] | Gewicht [kg.] | OorlogRegistratienummer
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Klok 12862 | 1900 | 112 | 870,0 | 10-B-14 | ||
| Klok 3842 | 1903 | 133 | 1000,0 | 11-B-150 | ||
| Klok 5197 | 1903 | 133 | 1000,0 | 11-B-150 | ||
| Klok 5207 | 1903 | 91 | 485,0 | 2-B-76 | ||
| Klok 5201 | 1903 | 42 | ||||
| Klok 5209 | 1904 | 105 | 710,0 | 2-B-7 | ||
| Klok 5212 | 1907 | 117 | 700,0 | |||
| Klok 5203 | 1912 | 103 | 480,0 | 8-A-205 | ||
| Klok 5208 | 1916 | 79 | 240,0 | 2-C-177 | ||
| Klok 12874 | 1927 | 50 |
Verloren klokken of met onbekende status
| KlokkenWiki ID | Jaar | Locatie | Naam | Diameter [cm.] | Gewicht [kg.] | OorlogRegistratienummer
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Klok 12862 | 1900 | 112 | 870,0 | 10-B-14 | ||
| Klok 3842 | 1903 | 133 | 1000,0 | 11-B-150 | ||
| Klok 5197 | 1903 | 133 | 1000,0 | 11-B-150 | ||
| Klok 5207 | 1903 | 91 | 485,0 | 2-B-76 | ||
| Klok 5201 | 1903 | 42 | ||||
| Klok 5209 | 1904 | 105 | 710,0 | 2-B-7 | ||
| Klok 5212 | 1907 | 117 | 700,0 | |||
| Klok 5203 | 1912 | 103 | 480,0 | 8-A-205 | ||
| Klok 5208 | 1916 | 79 | 240,0 | 2-C-177 | ||
| Klok 12874 | 1927 | 50 |
Literatuur
- André Lehr, Over een gietstalen klok die een gouden medaille kreeg. In: Berichten uit het Nationaal Beiaardmuseum, no.24, augustus 1999, p.19
- Hans-Georg Eichler, Handbuch der Stück- und Glockengießer auf der Grundlage der im mittleren und östlichen Deutschland überlieferten Glocken. Greifenstein, 2003, p.55
