Joris Dumery
| ||
|---|---|---|
| Geboren | ca. 1715 | |
| Geboorteplaats | ||
| Overleden | 1787 | |
| Overlijdensplaats | ||
| Werkzaam van: | ||
| Werkzaam tot: | ||
Joris Dumery (Hoves, 1715 - Brugge, 1787), klokkengieter te Brugge.
Leven
Biografie
Joris Du Mery of Dumery werd in 1715 te Hoves (Henegouwen) geboren. Hij stierf te Brugge in 1787. Dumery was getrouwd met Maria d’Hondt, geboren te Hilvarenbeek en zuster van Jan d’Hondt die uurwerkmaker te Antwerpen was. Moeten wij hem als de opvolger van Willem Witlockx beschouwen? Het lijkt van niet, ofschoon hij zich kort na de dood van Witlockx te Antwerpen vestigde en in 1736 zelfs poorter van die stad werd. Nochtans lijkt het erop dat Dumery het vak bij Alexius Jullien te Lier had geleerd. In elk geval goot Jullien in 1734 op het einde van zijn leven een klok samen met Joris Dumery. Kort daarop, in 1735 na het overlijden van Jullien, goot Dumery voor de eerste keer zelfstandig een klok. Twee jaar eerder was die aan Jullien opgedragen. Zijn eerste beiaard maakte hij voor Kortrijk in 1738. In verband met de nieuwe beiaard in 1741 verhuist hij naar Brugge. Aldaar giet hij in 1743 en later de zeer klankrijke en zware beiaard voor de Halletoren aldaar. Hij goot ook klokkenspellen voor andere plaatsen, zoals Aalst, Edingen en Tielt in Vlaanderen. Maar zijn grootste productie betrof echter luidklokken die hij zeer vele gegoten heeft. Daarnaast hield hij zich intensief bezig met ander gietwerk, meer dan de doorsnee klokkengieter. Hiertoe behoorden kunstgietwerk en geelgieterswerk. Geschut daarentegen heeft hij nooit gegoten. Ofschoon Joris Dumery een uitstekend klokkengieter was, kregen zijn kwaliteiten onvoldoende kans. Het lijkt erop dat zijn weinig commerciële aanpak hier debet aan was. In 1784 werd de klokkengieterij door zijn zoon Willem overgenomen.
Samenwerkingsverbanden
Werk
Antwerpen 1735-1741
In 1735 begon Joris Dumery zelfstandig klokken te gieten in Antwerpen. Daar werd hij in 1736 als poorter ingeschreven.
Brugge 1741-1787
In 1741 kreeg Dumery de opdracht voor de nieuwe beiaard voor de Halletoren te Brugge. In verband met dit grote werk verhuist hij naar Brugge. Aldaar giet hij in 1743 en later de zeer klankrijke en zware beiaard voor de Halletoren aldaar. Hij goot ook klokkenspellen voor andere plaatsen, zoals Aalst, Edingen en Tielt in Vlaanderen. Maar zijn grootste productie betrof echter luidklokken die hij zeer vele gegoten heeft. Daarnaast hield hij zich intensief bezig met ander gietwerk, meer dan de doorsnee klokkengieter. Hiertoe behoorden kunstgietwerk en geelgieterswerk. Geschut daarentegen heeft hij nooit gegoten. Ofschoon Joris Dumery een uitstekend klokkengieter was, kregen zijn kwaliteiten onvoldoende kans. Het lijkt erop dat zijn weinig commerciële aanpak hier debet aan was. In 1784 werd de klokkengieterij door zijn zoon Willem overgenomen.
Klokken in Nederland
Bestaande klokken
| KlokkenWiki ID | Jaar | Locatie | Naam | Diameter [cm.] | Gewicht [kg.] | OorlogRegistratienummer
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Klok 4617 | 1732 | 80 | 340,0 | 5-M-37 | ||
| Klok 9050 | 1737 | 134 | 1530,0 | 6-C-218P | ||
| Klok 10352 | 1746 | 140 | 1820,0 | 10-A-75 | ||
| Klok 2790 | 1750 | 45 | ||||
| Klok 8622 | 1756 | 30 | 20,0 | 6-A-906 | ||
| Klok 9801 | 1756 | 25 | 10,0 | 6-A-909 | ||
| Klok 10595 | 1761 | 35 | 30,0 | 10-A-52 | ||
| Klok 10128 | 1768 | 56 | 110,0 | 6-M-41 | ||
| Klok 9766 | 1769 | 44 | 65,0 | 6-C-364P |
Verloren klokken of met onbekende status
| KlokkenWiki ID | Jaar | Locatie | Naam | Diameter [cm.] | Gewicht [kg.] | OorlogRegistratienummer
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Klok 4801 | 1733 | 115 | 940,0 | 5-C-197 | ||
| Klok 10626 | 1823 | 85 | 365,0 | 10-C-106 |
Overige werken
Vijzel uit 1752 in het St. Elisabeth-Ziekenhuis te Lier[1]
Waterpomp uit ca. 1741 in de tuin van het Groeningemuseum te Brugge[2]
Literatuur
- André Lehr, Van paardebel tot speelklok. De geschiedenis van de klokgiet-kunst in de Lage Landen. Zaltbommel, 1971, 2de druk 1981, p.234-239.
- Jacques De Blauwe, Dumery, een naam die klinkt als een klok. In: Hedwig Dacquin & Martin Formesyn, Brugge, Belfort en Beiaard. Brugge, 1984, p.63-73
