Een tekst die geheel of gedeeltelijk rondom de klok loopt, doorgaans op de bovenflank tussen sierringen en sierranden maar dikwijls ook boven de sierringen van de faussure.
Over de inhoud van klokopschriften kan de volgende chronologie gegeven worden:
- Sinds begin 6e eeuw: Zakelijke informatie, zoals over de maker of schenker van de klok
- Sinds einde 12e eeuw: Een bede, zoals Ave Maria
- Sinds 1e helft 13e eeuw: de klok krijgt een naam, vaak die van een heilige.
- Sinds 1e helft 13e eeuw: de klok spreekt haar naam in de eerste persoon uit: Ic heit Maria
Sindsdien kan het klokopschrift ook over de taken van de klok vertellen:
Vivos voco, mortuos plango, fulgura tango.
Ik roep de levenden, ik beween de doden, ik breek de bliksem.
Met de reformatie verdwijnen op vele protestantse klokken, maar niet op allen, de heiligennamen.
Klokken krijgen dan helemaal geen naam meer of hun naamgeving is iets algemener, zoals Geloof, Hoop en Liefde.
Bron: A. Lehr, Magie & Klokken - het occult gebruik van klokken en bellen vroeger en nu - hier en elders. Een verkenning in de literatuur. Asten 2000
