Van Bergen, Heiligerlee
Tekst: André Lehr
Klokkengieterij Van Bergen
In 1789 vestigde zich Andries Heero I van Bergen (1768-1847) te Midwolda (Gr.). Hij vond daar werk in een timmerwerkplaats. Later stapte hij over naar een smederij. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat toen in 1791 de Oost-Friese klokkengieters Claude Fremy (1729-1792) en Mammeus Fremy Heidefeld (1748-1806) een klok te Midwolda goten, Van Bergen voor het eerst met het klokkengieten in aanraking kwam. In elk geval is het zeker dat hij met beiden samenwerkte en later ook met Claude’s zoon Mammeus Fremy (1762-1837). Geheel zelfstandig goot Van Bergen in 1795 zijn eerste klok. Na aanvankelijke mislukkingen werd hij allengs een ervaren gieter die in zijn sterfjaar 1847 zelfs 148 klokken goot, een niet gering aantal voor die tijd. Ook hield hij zich een enkele keer met een beiaard bezig, zonder veel succes overigens. Niettemin moest hij bijverdienen hetgeen hij deed met een kruidenierswinkel annex tapperij.
Opvolger werd Udo Andries (1800-1879). Maar die vond tenslotte meer werk in brandspuiten dan in klokken. Het vervaardigen van brandspuiten was overigens niet vreemd want daar zit erg veel geelgieterswerk aan. En voorts, Udo Andries raakte aan de drank zodat het geen wonder is dat de zaken weinig floreerden.
De gieterij werd in 1853 nieuw leven ingeblazen door zijn zoon Andries Heero II (1835-1913). Hij was een ondernemend klokkengieter want in 1862 stichtte hij te Heiligerlee een tweede gieterij. Aldaar werkten ook zijn broers Berend en Heero Andries. Maar zij kregen ruzie met Andries Heero II. Daarom gingen zij in 1871 terug naar Midwolda om met hun vader Udo Andries de zaken voort te zetten. Andries Heero bleef achter in Midwolda. De klokkengieterij aldaar is altijd klein gebleven, maar er werden uitstekende klokken gemaakt. De laatste klokkengieters waren de gebroeders Udo Andries (1883-1970) en Jacobus van Bergen (1886-1976). Ze waren kleinzonen van Udo Andries die het glas niet kon laten staan. Udo Andries verliet de gieterij in 1950, zodat Jacobus de zaken alleen voortzette. Hij verkocht de gieterij op 1 januari 1956 aan de werknemer Wolbert Jacob Koek. Het was het begin van het einde, want de gieterij werd begin jaren zeventig tenslotte gesloten. Geen wonder, want zijn klokken waren slecht gegoten. Spottend sprak men over die klokkengieter die zoveel koek in zijn klokken doet. Na zijn vertrek uit Midwolda in 1950 heeft Udo Andries nog een vijftal klokken bij de Van Voorden Gieterij te Zaltbommel gegoten. Van een blijvende nieuwe klokkengieterij aldaar was dus geen sprake.
In Heiligerlee zou het tenslotte niet anders gaan. Maar eerst ging men nog roemrijke jaren tegemoet. In 1893 werd de leiding van de gieterij overgenomen door Andries Heero III (1865-1939) en zijn broer Udo Jurrien die overigens in 1904 vertrok. Het was eerstgenoemde gieter die in 1906 de beiaard van de Domtoren te Utrecht met twee valse basklokken uitbreidde. Deze zijn intussen al lang verwijderd.
In 1920 namen de zonen Hermannus Tjapko, Jan Jurrien en Andries Heero IV (1896-1981) de leiding over. Van dit drietal was laatstgenoemde veruit de belangrijkste. Opgemerkt moet worden dat hij een zwager was van prof.dr. A.J.Zuithoff die zich als metaalkundige verdienstelijk maakte bij het gieten van stalen klokken door de Demka te Utrecht, kort na de Tweede Wereldoorlog. Andries Heero IV was het ook die in 1933 als eerste Nederlandse gieter weer met een zuiver gestemd klokkenspel op de markt verscheen. Het was het begin van een succesvolle periode, tot in Amerika toe. Maar na de oorlog zou het tij zodanig keren, dat zijn zoon Andries Heero V (*1935) niet kon voorkomen dat het bedrijf in 1980 tenslotte gesloten moest worden. Thans is er het Klokkengieterijmuseum in gevestigd. In dit museum werd overigens gedurende een aantal jaren nog kleinere klokken gegoten, als ondersteuning van de financiën en als een attractie voor de bezoekers. De gieter was Simon Laudy die nu een eigen gieterij Reiderland te Beerta heeft.
bronnen:
K.B. de Haan, De klokkengieters Van Bergen. Van Midwolda naar Heiligerlee 1795-1980 (Heiligerlee, 1992).
André Lehr & J.W.C.Besemer, Zingende Torens. Friesland, Groningen, Drenthe & Overijssel (Zutphen, 1994), p.19-29.