Maria uit 1538 van Geert van Wou in Hardenberg - N.H. Kerk



Maria
Gieter Jean Petit
Gietjaar 1538
Locatie Hardenberg - Hervormde Kerk.
Diameter 118.0 cm.
Gewicht 1000.0 kg.
Oorlog Registratienr. 8-C-33

NAAM is de ...

Klank

Slagtoon fis0 -19
grondtoon FIS –192
priem fis0 +144
terts a0 –17
kwint cis1 –140
oktaaf fis1 -19
deciem a1 -65
1ste undeciem h1 –113
2de undeciem h1 -78
duodeciem cis2 -35
dubbel oktaaf fis2 +11

Klankanalyse:

Omschrijving

Kroon

In model geheel traditioneel. De kroonarmen zijn van decor voorzien bebaarde mannenkoppen, een gekeelde middengraad, weerszijden een touwband, een hol en een parelrand waarbij de parels uit elkaar zijn geplaatst, vervolgens een extra rij halve boogjes om de breedte van de kroonarm te vullen. Dit decoor is daarmee uitgebreider dan van de volgende drie Domklokken. Het deel van de kroonarm dat tegen de houten luidbalk wordt geplaatst en derhalve niet in zicht zou blijven, is niet van decor voorzien. Dit geldt ook voor de volgende drie klokken in Utrecht. eerder ook te Erfurt e.a.. Een foto uit 1928 toont het middenoog, daarop drie giettappen herkenbaar zijn.

Kop

Bij de typische sierringen zien we afwijkend van normale schema’s vanaf de kroon het schema 2 1 2 1.

Schouder

Sierringen rond de schouder zijn praktisch eenvoudig, zónder ‘kamperneus’. Schema : een kleine bovenste ring waarop de lelies zijn geplaatst, een ‘gewone’ sierring , twee hulplijnen waartussen het opschrift, een ‘gewone’ sierring gevolgd door een afsluitende kleine ring waartegen het eikenblad is aangebracht. Tussen de sierringen het opschrift. Boven sierringen en opschrift een staand fries van afwisselend grote en kleine Franse-lelies / fleur-de-lis zoals eerder toegepast in Erfurt op de Gloriosa. Onder sierringen en opschrift een hangend fries van afwisselend het voor van Wou typische grote/kleine eikenblad-motief met boogje verbonden zoals eerder toegepast in Erfurt, Recklinghausen en Braunschweig. Zowel de lelies- als het eikenbladmotief bevat zelf ook een sierring waardoor een extra sierring ontstaat welke niet door de trekmal is gevormd. Deze sierring is dan ook per element samengesteld, spaties bleven zichtbaar.

Flank

Op de flank twee maal (diametraal geplaatst en gecentreerd onder wijdingskruisje) een ca. 40cm. hoog reliëf van de ‘Verlosser met de wereldbol in zijn hand’. Een zelfde reliëf is eerder geplaatst op de Salvator-klokken te Kampen 1482 en Braunschweig 1502. Een halve ‘Salvator’ is geplaatst op de klok te Emlichheim uit 1516. In 1511 blijkt Hinrick van Kampen over de Salvator-matrijs te beschikken (Feuerglocke in Halberstadt 1511)

Lip

Sierringen hier enigszins afwijkend. Na de sierring volgt een band welke ‘slap’ is vormgegeven. Het zijn nauwelijks meer dan twee hoekige steken, alsof een band wordt aangezet maar niet is uitgewerkt.

We zien dit incidenteel terugkeren bij jongere klokken.

Opschriften

Op de schouder in gotische minuskel en majuskel:

(+) Saluator dicor (Q) cieo templumqz forumqz

(L) Aethera (Q) tartareas ac stygias tenebras

(L) Uentos astrigeros (Q) clangore soni diapason

(L) Perqz nemus (Q) sed mentes iuuenumqz senum

(L) Sum penetrans voce solida dulcore latente

(L) Talis honor nec post condita tecta fuit

(L) Gerhardus de wou me fecit

(R) Anno domini MCCCCCU

(+) locatie van het wijdingskruisje.

(Q) Een liggend kwadrantje circa 5x5 mm

(R) (L) locatie van een roosje of lelie in de tekst.


Het opschrift vult de gehele klokomtrek.

Het woord ‘Saluator’ staat gecentreerd.

De majuskel A  van Aethera is met een nieuwe matrijs gevormd, dit gebruik te Utrecht is te beschouwen als een novum.

Bij de minuskels zijn de eind-ss zijn het gangbare korte type. Alle overige ss-en zijn van het lange type.


Bijzonderheden

Hoog op de flank tegen de kop van de klok aan de binnenzijde (thans zuidzijde) bevindt zich een uitstulping van brons : een gietfout. Midden op de flank binnenzijde (thans noordzijde) een kleine gietfout, een frots, welke direct werd weggewerkt, sporen van herstel bleven zichtbaar. vergelijkbaar herstel wordt meer aangetroffen bij Van Wou-klokken.

De klok is in de 17de eeuw (in 1658 of 1661: in deze periode hing de klok in een krukas) reeds over 90° met de klok mee gekeerd, voorheen wees het wijdingskruisje naar het noorden.

In de klok functioneert de oude ‘Van Wou-klepel’ welke in het midden sporen van herstel laat zien, wat de Domrekeningen melden in 1531. De klepel werd toen in Amsterdam hersteld.

De klok heeft vier grote slagvlakken, ook het oude paar vertoont uitslag van stukjes brons.

Sporen van eenzijdige aanslag zijn niet overtuigend aangetroffen.

Op de slagring aan de buitenzijde is nog aan te wijzen waar de slaghamer van het uurwerk de klok raakte in de periode van 1666 tot 1906.

Bronnen

https://www.utrechtsklokkenluidersgilde.nl/klokkenkennis/klokkeninformatie/klokken-domtoren/