500
- Circa 500 waren er in Spanje torens ten behoeve van klokken.
- Circa 515 Diaken Fulgentius Ferrandus schreef vanuit Carthago een brief aan Eugippius te Rome over een door hem gegoten klok waarop hij uit nederigheid zijn naam niet heeft gegoten. Klokkenopschriften bevatten toen weinig meer dan een zakelijke informatie.
- In 530 stelde de H. Benedictus de kloosterregels van de benedictijnen vast. De klok geeft het teken dat werktijd en gebed voor de monniken regelt. Ook in latere kloosterregels wordt daar regelmatig over gesproken.
- Circa 575 spreekt Gregorius van Tours in zijn geschriften over de luidklok als een normaal verschijnsel.
- Circa 600 Paus Sabinianus zou omstreeks deze tijd regels voor het gebruik van klokken tijdens kerkelijke diensten hebben uitgevaardigd.
- Circa 670 heersten de Silla-dynastie in Korea; vanaf die tijd worden ook hier grote klokken gegoten. Het meest kenmerkende aan deze klokken is de resonantiepijp op de kop van de klok.
- In 698 hangt de oudste tempelbel (hoog 124 cm) van Japan in Kyoto. Mogelijk is deze klok zelfs de oudste in gebruik zijnde tempelbel ter wereld.
- Circa 700 is in Spanje het formulier geschreven voor het wijden van klokken. In onze streken zou dat aan het einde van de achtste eeuw zijn. Dit wijdingsritueel bleef in vrijwel zijn oorspronkelijke vorm behouden tot de tijd van het Vaticaans Concilie in de jaren zestig van de twintigste eeuw.
- Circa 700 missioneerde de H. Bonifacius in de Nederlanden. Hij vroeg in Engeland om een klok die hem, zo schreef hij, veel troost zou geven bij zijn pelgrimstocht in vreemde landen.
- 700-1500 In de Hindoe-rijken van Zuidoost-Azië en Indonesië zijn talloze zeer fraaie priesterbellen en tempelbellen gegoten. Ze zijn gedecoreerd met uiteenlopende symbolen uit het hindoeïsme en het boeddhisme. Sommige bellen zijn gedateerd.
- 704 In de biografie van de Schotse H. Columba komt voor de eerste maal het woord clocca voor.
- 712 Keizer Hsüan Tsang van China laat een klok gieten die waarschijnlijk de zwaarste was in haar tijd.
- 732 Te Nara in Japan hangt de zwaarste klok van Japan met een gewicht van 26 ton.
- 771 In Korea gaf koning Kyongdok opdracht tot het gieten van een klok die in genoemd jaar tot stand kwam. Deze nog altijd bestaande klok is ongeveer 280 cm hoog en weegt 72 ton.
- 789 Karel de Grote verbiedt het dopen van luidklokken om hagel en bliksem te bestrijden.
800
- Circa 850 is de oudst bewaarde luidklok uit de plaats Canino. Zij bevindt zich in het Museo Pio Christiano te Rome. Deze klok heeft ook een opschrift.
- 865 Ursus, de doge van Venetië, schenkt keizer Michael III van het Byzantijnse rijk niet minder dan twaalf klokken.
- Circa 900 werd het eerste automatische spelende muziekinstrument met speeltrommel (fluitspeler) door de gebroeders Musa te Bagdad gemaakt.
- 900-1400 Monniken schreven in deze periode talrijke traktaten, waarin wordt uitgelegd hoe je een reeks kleine klokjes, cimbalen genaamd, op toon kunt gieten. Ook verschijnen de eerste berichten over het stemmen van klokken door brons uit te hakken of af te vijlen. Het resultaat voldoet niet aan muzikale normen. Slechts één spel is bewaard gebleven. Het is opgegraven in Bethlehem, dateert vermoedelijk uit de twaalfde eeuw en wordt tegenwoordig te Jeruzalem bewaard. Het werd met hamertjes bespeeld.
- 968 Een klok voor St. Jan van Lateranen te Rome kreeg een naam. Dit is het oudste bericht van die aard. In de eerste helft van de dertiende eeuw wordt het gebruikelijk om een klok een naam te geven.
1000
- Circa 1000 komen de oudste bellen in Afrika ten zuiden van de Sahara bij de Igbo-cultuur in Zuidwest-Nigeria voor.
- Circa 1100 dateren de oudste berichten over het beieren op klokken. Het gebruik blijft in wisselende mate tot in onze tijd bestaan. Vooral in christelijk-orthodoxe kerken uit Oost-Europa wordt nog druk gebeierd.
- Circa 1125 schreef De Duitse monnik Theophilus de oudste verhandeling over het klokkengieten. Hij gebruikte het bijenkorfmodel en maakte klankgaten in de kop. Ook vermeldde hij versieringen op de klok.
- 1187 en later achtten Islamitische schrijvers het tot zwijgen brengen van de christelijke klokken in Jeruzalem een van de grootste verdiensten van de herovering van die stad.
1200
- Circa 1200 bereiken astronomische kunstuurwerken met onder meer automatische muziekinstrumenten een hoogtepunt. Het bekendste is het uurwerk van al Jazari dat rond deze tijd in de Grote Moskee te Damaskus stond opgesteld. Resten van een dergelijk uurwerk uit 1357 worden te Fez bewaard.
- Circa 1200 bevindt zich het oudst bewaarde klokkenspel in Jeruzaleml. Het bestaat uit elf klokken volgens het suikerbroodmodel en is daarmee van Europese oorsprong. Op die klokken zijn namen van tonen gegoten.
- Na 1200 vindt de introductie van het suikerbrood- of punthoedmodel plaats. Klokken krijgen dan ook meer en meer een naam en spreken in hun opschrift in de eerste persoon enkelvoud.
- Circa 1250 noemt de monnik Vincent van Beauvais drie partiaaltonen van een klok.
- Circa 1250 was mogelijk Alfonso de Wijze van Castilië de eerste die in zijn Libros del saber de astronomia het automatisch klokkenspel beschreef. Dat moet toen nog door water zijn aangedreven. Rond 1285 werd een dergelijk klokkenspel in een manuscript uitgebeeld; vijftien jaar later eveneens inclusief de muzieknotatie.
- 1284 De oudste gedateerde, maar ongesigneerde klok van Nederland bevindt zich in het Fries museum te Leeuwarden.
- 1285 De oudste nog bestaande gesigneerde klok van Nederland, met de naam van de gieter Christianus, bevindt zich in Museum Klok & Peel te Asten, als bruikleen van het Rijksmuseum te Amsterdam.
- Circa 1290 ontstaan de oudste uurwerken met een foliot als echappement in Engeland. Hierin is water niet langer de aandrijfkracht, maar een gewicht. Een foliot vervangt regelmatig stromend water als basis van tijd.
1300
- Na 1300 wordt de bronsgietkunst geïntroduceerd in het Benin-rijk dat in het huidige Nigeria lag. Sinds de vijftiende eeuw worden zogenoemde hoofdmanbellen met een vierkante onderzijde gegoten met een hoogte circa van twintig centimeter. Meestal zijn ze gedecoreerd, in het bijzonder met de afbeelding van een gezicht. Benin-klokken hadden geen muzikale functie. Zij werden gegoten totdat de Engelsen in 1897 de hoofdstad verwoestten. Hun gietkunst is daarna onder andere door de Yoruba overgenomen.
- Circa 1304 De oudste nog bestaande uurklok zou die van de kathedraal van Beauvais zijn.
- 1315 De eerste Klokke Roeland voor Gent is gegoten door Jan van Ludeke en Jan van Roosbeke.
- Circa 1325 is de introductie van het huidige gotische klokmodel en de sjablone of trekmal.
- 1357 Op de Bu’anaiya Moskee te Fez worden resten bewaard van een monumentaal astronomisch kunstuurwerk; met name een reeks cimbaalklokken die op de hele uren klonken. Het uurwerk werd door water aangedreven.
- Circa 1370 verschijnen in talloze steden torenuurwerken: Utrecht 1369, Maastricht en Deventer 1370, Middelburg 1371, Mechelen en 's-Hertogenbosch 1372, enzovoort. Vrijwel gelijktijdig werden in sommige steden ook automatisch werkende voorslagen aan het uurwerk gekoppeld. Doorgaans bestonden die uit slechts enkele klokjes die niet veel anders dan bim-bam lieten horen. Een eeuw later bezitten vrijwel alle belangrijke steden een voorslag.
- 1373 De oudst bekende klok in het klokkengieterscentrum van 's-Hertogenbosch dateert uit 1373. In die stad goten vooral de gieters Moer (Moor) tot 1565 luidklokken en op het einde van die periode kleine beiaarden.
- Circa 1375 vindt de introductie plaats van houten letter- en siermatrijzen.
1400
- 1409 Sinds genoemd jaar tot ver in de zeventiende eeuw kende Utrecht klokkengieters binnen haar muren. De gieters uit het vijftiende-eeuwse geslacht Butendiic zijn de bekendste onder hen.
- Voor 1423 worden verschillende zeer zware klokken in China gegoten. De bekendste is de klok die thans in de Tempel van de Grote Klok hangt, even buiten Peking. De klok heeft een hoogte van 675 cm, een diameter van 427 cm en een gewicht van ongeveer 52 ton.
- Circa 1450 tot 1574 zou het geslacht Waghevens zich in Mechelen intensief met klokkengieten bezighouden. Tezamen met de gieters uit het geslacht Van den Ghein zijn zij in de zestiende eeuw toonaangevend voor de ontwikkeling van de beiaard.
- Circa 1480 kwamen de oudste berichten over een klokkenspel naar buiten, waarop vanuit een primitief klavier melodieën werden gespeeld. Jan van Bevere deed zulks in 1478 te Duinkerken, in 1481 zou een dwaas te Aalst gespeeld hebben en een zekere Eliseus te Antwerpen. Het oudste ondubbelzinnige bewijs voor handspel dateert uit 1510 voor Oudenaarde op een spel van negen klokjes. Omstreeks dezelfde tijd deed de speeltrommel, nog met vaste toonstiften, zijn intrede. Verstelbare stiften zouden nog een halve eeuw op zich laten wachten.
- Voor 1492 bezaten de pre-Columbiaanse culturen in Amerika slechts een bescheiden klokkencultuur. Uitsluitend kleine bellen, vervaardigd uit allerlei materialen, waaronder goud, werden gebruikt. Grotere bellen waren uit vergankelijk materiaal gemaakt, zoals hout en vruchtschalen. De huidige klokkencultuur is dan ook volledig Europees georiënteerd, met name op die van Spanje en Portugal.
Door naar Vroegmoderne Tijd (1500-1800)
