Nootje

Vaste nootjes en deel van de doorsnee van een speeltrommel. De delen van een nootje: A = bekken, B = brug, C = hals en D = draadeind

Stift die in de speeltrommel wordt gestoken met als doel tijdens het ronddraaien van die trommel een tuimelaar te laten kantelen waardoor de speelhamer omhoog getrokken wordt om vervolgens tegen de klok te vallen.