-2000
- ca. -2000 De oudste bronzen klepelklokjes (ling) zijn bij opgravingen in China aangetroffen.
- ca. -1520 Sinds het begin van de Shang-dynastie zijn in China talrijke klokken en klokkenspelen gegoten. Diverse klokken zijn te dateren door de vermelding van een belangrijke gebeurtenis in het opschrift. De klokken zijn doorgaans niet hoger dan 50 cm; een afmeting die in het Westen pas omstreeks het jaar 500 voorkomt. Ze hebben bovendien een muzikale functie. In het Westen is dit niet eerder dan in de middeleeuwen het geval. Deze oud-Chinese klokken hingen niet in torens, maar stonden in tempels en paleizen opgesteld.
-1500
- ca. -1200 De oudste bronzen klepelklokjes van het Nabije Oosten zijn gevonden in het noorden van Iran. Ze behoorden tot het paardentuig.
- ca. -900 De oudste Egyptische klokjes kwamen waarschijnlijk niet eerder voor dan tijdens de 22ste dynastie (950-730).
- ca. -860 In de ruïnes van de Assyrische stad Nimrud zijn vele klokjes opgegraven. Ze werden onder meer voor het paardentuig gebruikt om het dier tegen boze invloeden te beschermen.
- ca. -650 In Ninive is een bel opgegraven die op grond van haar versieringen als uniek gezien kan worden voor de westerse oudheid .
- ca. -550 In de bijbel worden de gouden belletjes aan het opperkleed van Aäron beschreven.
- ca. -510 Volgens de Romeinse schrijver Plinius de Oudere hingen aan het praalgraf van de Etruskische vorst Lars Porsenna klokjes die door de wind tot klinken werden gebracht.
-500
- -500-400 De Griek Hippasus beschrijft de relatie tussen de wanddikte van een klinkende bronzen plaat en diens toonhoogte.
- ná -500 Vanaf deze tijd worden in Griekse en Romeinse teksten belletjes genoemd voor allerlei doeleinden.
- -323 De lijkwagen van Alexander de Grote was voorzien van ceremoniële gouden klokjes.
- ca. –100 Rond genoemde tijd en waarschijnlijk al daarvoor werden in Korea klokken bij religieuze plechtigheden gebruikt.
0
- ca. 0 Tijdens de Han-dynastie (202 v.Chr. – 220 n.Chr.) kent China een typische klok onder de naam chhun yü. Deze dunwandige, ronde en hoge klok wordt bekroond door een tijger als ophangoog. Ook krijgt de Chinese klok in deze periode een ronde doorsnede. Omstreeks dezelfde tijd komt in Japan tijdens de Yayoi-cultuur (250 v.Chr. – 150 n.Chr) de zogenoemde dotaku voor, een dunwandige eveneens wat grotere klok die waarschijnlijk meer een magische dan een muzikale functie had.
- 79 Bij opgravingen zijn zowel in Pompeï als Herculaneum klokjes gevonden.
100
- 100/200 Te Tarragona in Spanje is een bel opgegraven die in het opschrift zegt dat zij behoort aan een zekere Felix die haar gebruikt bij offeranden en tijdens de diensten ter ere van de keizer[1].
- ca. 180 Clemens van Alexandrië verbood christelijke vrouwen te dansen tijdens feesten en feestmaaltijden op het gerinkel van bellen.
- vóór 300 Monniken in Egypte gebruikten klokjes.
- 313 Pas na het Edict van Milaan werd de grote christelijke klok mogelijk.
- ca. 314 De Egyptische kluizenaar Antonius de Grote zou altijd een klokje bij zich hebben gedragen om zijn aanwezigheid in de woestijn te laten horen.
- ca. 330 Constantijn de Grote schenkt Rome een klok.
- ca. 380 Johannes Chrysostomus verbood het magisch gebruik van belletjes bij kinderen.
400
- ca. 400 In Spanje is het gebruik van kerkklokken inmiddels vanzelfsprekend.
- 461 St. Patrick in Ierland laat zijn handbel na die de naam kreeg clog-an-udachta. Een lange traditie van Ierse handbellen tot ver in de achtste eeuw is daarmee in gang gezet. De meeste van die bellen werden uit plaatijzer gemaakt.
Door naar Middeleeuwen (500-1500)

